Honda CB1100 EX en RS

Alvast op voorhand mijn excuses. Als ik me eens laat gaan, mijn objectiviteit verlies en verzand in lofredes over de nieuwe CB1100. Maar geloof me, ze zijn het waard. Sterker nog, dat straalt al van de foto’s af, nog voordat ik een woord heb gezegd. En in het echt zijn ze nóg mooier. We hebben het over de Honda CB 1100 EX en RS. Twee motoren in één, maar de verschillen zijn enorm. Waar de één gaat voor het perfecte plaatje, is de ander meer geneigd het iets moderner aan te pakken. Dé classic superbike. Kant en klaar. 

Op blote knieën

De reden dat ik hier enórm naar uitgekeken heb is het hele aura dat hangt om de CB. Al ruim veertig jaar is de CB één van de meest kenmerkende machines in de motorgeschiedenis, de fysieke verwoording van het omslagpunt. Het eind van het ene tijdperk en het begin van het volgende. Weinig motoren hebben zo hun stempel op de historie gezet als exact dit model. Dat Honda daar dus een waardig eerbetoon aan wil geven in de vorm van de nieuwe CB1100 is dus alleen maar te respecteren. En op onze blote knieën te bedanken. Dit ding is tijdloos, dit is alles ineen en daardoor juist overal boven verheven. Het is de CB1100.

Weinig motoren hebben zo hun stempel op de historie gezet als exact dit model. Dat Honda daar dus een waardig eerbetoon aan wil geven in de vorm van de nieuwe CB1100 is dus alleen maar te respecteren.

De Oermotor

Zie je, daar ga ik al. Maar neem het me eens kwalijk, ik ben opgegroeid op zo’n ding. Letterlijk, want al sinds ik me kan heugen staat er een CB550 in de ouderlijke schuur. Tot op deze dag kan ik het origineel op elk gewenst moment aanschouwen, betasten en mits er een beetje TLC in gestoken wordt, berijden. Voor mij is dit de oermotor, de überfiets en daarmee onaantastbaar.
 

Strakker dan ooit, mooier dan ooit, gedetailleerder dan ooit.

Gelukkig zijn er bij Honda engineers die deze mening delen, want het resultaat staat hier voor ons. Strakker dan ooit, mooier dan ooit, gedetailleerder dan ooit. En honderd procent van nu: ook deze Koning komt door de Euro4 eisen. Daar hadden ze eerder namelijk stiekem al rekening mee gehouden toen het 1100-blok werd ontwikkeld.

Tot in de details

Eigenlijk kun je alles wel herleiden naar nostalgie. Van het uiterlijk van de vier in lijn, naar de zwarte kleurstelling van het RS-blok (de racers werden wel vaker in zwart gehuld destijds, dus dat kan kloppen), tot het geluid. Als kenner met veertig jaar ervaring weet ik hoe zo’n blok zou moeten klinken.
 

Speciaal voor het geluid zijn van cilinders 1 en 2 de profielen een haartje verdraaid ten opzichte van die van cilinders 3 en 4. Hoe briljant is dat!!? 

En natuurlijk zit er verschil tussen de enkelnoks 550 en de dubbelnokkers als Bol d’Or en verder (mijn voorkeur gaat uiteraard uit naar de eerstgenoemde), ook de 1100 heeft de dubbele nokkenassen die we gewend zijn, maar: speciaal voor het geluid zijn van cilinders 1 en 2 de profielen een haartje verdraaid ten opzichte van die van cilinders 3 en 4. Hoe briljant is dat!!? Het resultaat laat zich raden: nagenoeg perfect. Was iedereen maar zo nauwkeurig. 

Strak

Wat de details en afwerking betreft is de lijst haast eindeloos. En dan te bedenken dat de vorige versie ook al zo goed om naar te kijken was. Een nieuw achterlicht moet dichter bij het origineel staan, de nieuwe 18” spaakwielen en uitlaten eveneens. Mocht je denken ‘er is wat met die tank’, dan klopt dat. In navolging op de kunststof tanks van de racers is deze afgewerkt zonder de bekende felsrand aan de onderzijde. Vind ik jammer, maar wie ben ik… het resultaat is wel mooi en superstrak, dat dan weer wel. Aan de voorkant vinden we een nieuwe 41mm voorvork met Dual Bending Valve, die voor de demping zorgt. 
Wat wel nieuw is, is de slip/assist koppeling die zo’n 16 procent lichter te bedienen is. Dat vinden we wél leuk. Die 16 procent is wel ten opzichte van de vorige 1100, want als je het vergelijkt met de 550 scheelt het ongeveer vijftig. Maar goed.

Onderlinge verschillen.

Goed inderdaad, want bovenstaande gaat uiteraard over de EX versie. Dan is er nog de RS en dat is een heel ander verhaal. Deze motor is zoals gezegd gebaseerd op de superbikeracers van destijds en dus volgens die gewoontes iets aangepast: een dikkere 43 mm vork met goudkleurige anodisering, radiale remmen, 17 inch gietwielen met meteen ook een 180mm brede achterkant, kortere wielbasis, een lager stuur en een hoger zadel. De goudkleurige achterschokbrekers met piggybackreservoir maken het af. Dit is werkelijk een totaal andere machine.
 

Als we eerst op de EX stappen gaat de kalender BOEM werkelijk een jaar of eh..twintig terug. Twintig ja, omdat ik veertig jaar geleden nog mijn rijbewijs niet had.

Ik zou liegen als dat niet zo is als je er mee rijdt, maar er is wel iets geks aan de hand. Als we eerst op de EX stappen gaat de kalender BOEM werkelijk een jaar of eh..twintig terug. Twintig ja, omdat ik veertig jaar geleden nog mijn rijbewijs niet had. En twintig jaar terug reed ’t blauwe monster nog dagelijks, om mij –eindelijk rijdend op vaders machine- een onvergetelijke indruk te geven. Over de breedte van het zadel, de tank tussen mijn knieën, het geluid, hoe ’t trilt, de verschrikkelijk grofstoffelijke schakelaars (inclusief richtingaanwijzer die zelf weer terug in het midden moest geschoven), het prikken van de chromen zadeltrim in mijn linkerdijbeen, de bizar zware koppeling en zo zou snel blijken, ook het legendarische gebrek aan remvermogen. Maar belangrijker was: je rééd tenminste ergens mee. Wat een ding. 

Mama...

Terug in tegenwoordige tijd kan ik exact deze tekst herhalen, met een paar detailwijzigingen. Het geluid klopt, de breedte en de massa kloppen, zelfs het stuur staat op gelijke hoogte. Alleen de schakelaars zijn een stuk moderner, de koppeling is ‘vederlicht’ en ik mis oprecht die priem in mijn dij. 
 

Je zou er bijna voor aan je remblokjes klooien, het voelt haast te modern aan voor zo’n exacte kopie. 

Maar wat belangrijker is: het loopt als een nieuwe machine, het ligt op de weg als een nieuwe machine –alhoewel toch zeker een heel forse- en jawel: het remt als een nieuwe machine. Je zou er bijna voor aan je remblokjes klooien, het voelt haast te modern aan voor zo’n exacte kopie. Maar de grijns in mijn helm is nooit zo groot geweest. Mama, ik wil een motor kopen. Ik wil één motor kopen en dat is deze.

't Is maar hoe je het bekijkt.

Vervolgens ruilen we de EX in voor de RS en verandert er veel. Niet de massa, niet het gevoel tussen de knieën, maar wel de zithouding, de wegligging en de rijsensatie. En dacht je dat de EX remde, probeer dan deze eens. Overschakelen van tweemaal 18 inch klassiek smalle banden naar tweemaal 17 inch en 180mm achter is serieus een wereld van verschil. Tel daarbij het lagere stuur voor een sportievere zit en je weet al helemaal zeker dat dit de ‘best’ rijdende van de twee is. Sowieso veel beter berekend op een moderne rijstijl, je zou er zelfs op een vlot stuk weg een klein beetje naast willen hangen. De EX heeft dat niet en zelfs al zou je de neiging krijgen, stijgt direct het schaamrood naar de kaken en sluit je de knieën weer netjes aan. Nee, voor modern vlot rijden of wat wij denken dat modern vlot rijden is, heb je de RS nodig. Die houdt ook een stuk liever je maten bij dan de EX, wat duidelijk veel meer de toermachine is. Maar geef nou zelf toe… als je een CB1100 op het oog hebt, wat is dan je beoogde gebruik ervoor? 

Moeilijke keuze

Het gekke is dus, hoe goed de RS ook mag zijn, de EX is en blijft voor mij gewoon de meest ‘echte’. Normaal gesproken ben ik heus niet vies van wat modernisme, een vleugje sportiviteit en in het algemeen ‘beter’ rijden, maar nu, in dit geval… nu overheerst het respect voor het origineel, het zo dicht mogelijk benaderen, het klassieke gevoel. En dan komt de EX gewoon veel dichter bij het origineel. Of nou, het origineel zoals ik dat zelf zie. Ik zou enkel nog graag een metallic blauwe zien, met reliëflogo’s op tank en zijschilden en de felsrand langs de tank terug. Zou dat kunnen, dan sluit ik me op in de garage.
Het is erg met me. Het is heel erg. Ik betrap mezelf er zelfs op een wheelie van een collega, normaal gesproken altijd een uitnodiging hetzelfde te doen, af te keuren onder de noemer respectloosheid. Dat doe je nou eenmaal gewoon niet. En daarmee leer ik mezelf kennen, ik ben verpest. Al tweeënveertig jaar en ik ben er maar wat trots op.

Bron: Motornieuws.be